Belastingverlaging in de tweede en derde belastingschijf
Het tarief in de tweede en derde belastingschijf in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen bedraagt 42%. Een belastbaar inkomen uit box 1(inkomen uit werk en woning) van meer dan € 13.767 tot € 57.585 valt in 2015 in deze tariefschijven. Kortom, het inkomen van de meeste mensen wordt tegen 42% belast. Maar als het aan dit kabinet ligt, wordt het tarief in de tweede en derde belastingschijf verlaagd naar 40,40%. In 2017 gaat dit tarief naar 40,60%.
Verhoging inkomensgrens 52%-tarief
Heeft u nu een belastbaar inkomen van meer dan € 57.585? Iedere euro die u meer verdient, wordt dan belast tegen 52% in plaats van 42%. Volgend jaar gaat deze inkomensgrens omhoog. U betaalt dan pas vanaf een belastbaar inkomen van € 66.421 over iedere euro 52% inkomstenbelasting.
Vervang dit jaar uw auto van de zaak
Rijdt u in een zuinige (bestel)auto van de zaak? U heeft dan een bijtelling wegens het privégebruik van 0%, 4%, 7%, 14% of 20%, afhankelijk van de CO2-uitstoot van uw (bestel)auto. Dat blijft zo tot 2016. Daarna gaat het mes erin. Dat geldt zowel voor de auto van de zaak van de ondernemer als die van de werknemer.
Bijtellingscategorieën in 2016
De vier nieuwe bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak voor het jaar 2016 zijn vorig jaar bij het Belastingplan 2015 vastgesteld.
Die categorieën zijn:
- 4%-bijtelling voor de elektrische auto;
- 15%-bijtelling voor een auto met een CO2- uitstoot tot 50 gram per kilometer (de hybride auto’s);
- 21%-bijtelling voor een auto met een CO2- uitstoot van meer dan 50 maar niet meer dan 106 gram per kilometer;
- 25%-bijtelling voor een auto met een CO2-uitstoot van meer dan 106 gram per kilometer.
De op 1 januari 2016 bestaande (lease)contracten worden gerespecteerd. De ter beschikking gestelde (bestel)auto’s waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld vóór 1 januari 2016 behouden gedurende maximaal 60 maanden het bestaande bijtellingspercentage. Wilt u nog maximaal profiteren van de huidige lage bijtellingscategorieën van 0%, 4%, 7%, 14% en 20%, dan begint de tijd te dringen om uw auto nog voor het einde van het jaar te vervangen.
Bijtellingscategorieën vanaf 2017
De bijtellingscategorieën die zullen gelden vanaf 2017 staan nog niet definitief vast. Inmiddels is in de Autobrief 2.0 wel aangegeven wat de voornemens zijn. Die voornemens zouden dit najaar nog worden opgenomen in een wetsvoorstel. Het is de bedoeling dat uiteindelijk twee bijtellingscategorieën overblijven: 4% en 22%. Er komt wel weer een overgangsregeling.
Vanaf 2016 één beschikking voor S&O en RDA
Er komt vanaf 2016 een nieuwe WBSO-regeling voor alle S&O-kosten, naast loonkosten dus ook voor andere kosten en uitgaven voor S&O. De nieuwe regeling kent twee schijven van 32% tot € 350.000 (in 2015 tot € 250.000) S&O-kosten en 16% bij meer kosten (in 2015: 35% en 14%). De startersschijf wordt verlaagd van 50% naar 40%. Het plafond in de S&O-afdrachtvermindering vervalt. Een S&O-forfait vervangt het huidige RDA-forfait. De kosten worden via de loonheffing verrekend. RVO.nl zal het aanvraagprogramma voor de nieuwe regeling tijdig openstellen zodat uiterlijk eind november 2015 de aanvragen met als startmaand januari 2016 kunnen worden ingediend.
Geen personeel
Heeft u geen personeel in dienst, dan kunt u nu nog de RDA-aftrek claimen, maar in 2016 niet meer omdat het fiscale voordeel in de nieuwe WBSO-regeling alleen via de loonheffing kan worden verrekend. Er is wel overgangsrecht. Dat bepaalt dat de huidige regelgeving van toepassing blijft op aanvragen voor een (correctie-)RDA-beschikking die ziet op een periode vóór 1 januari 2016.
Let op
De hoogte van de RDA is nu nog afhankelijk van de winst. Dat is volgend jaar dus niet meer het geval, waardoor u ook als (startende) innovatieve ondernemer die niet of nauwelijks winst maakt, van de regeling gebruik kunt maken. Een ander voordeel is dat u in 2016 nog maar één beschikking hoeft aan te vragen.
Herinvesteer op tijd
Heeft u een herinvesteringsreserve die dit jaar moet worden gebruikt, investeer dan nog in 2015. Dat is het geval als 2015 het derde jaar is na het jaar waarin u de herinvesteringsreserve vormde. Hiermee voorkomt u dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.
Spreid uw investeringen voor meer KIA
Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is het bovendien zinvol om te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2015 moet doen of dat het juist gunstiger is om deze door te schuiven naar 2016. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u in totaal tussen € 2.300 en € 55.745, dan krijgt u hierover 28% KIA. Voor een totale investering tussen € 55.745 en € 103.231 ontvangt u een vast bedrag van € 15.609. Voor investeringen van in totaal tussen € 103.231 en € 309.693 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 309.693 krijgt u geen KIA meer. Investeert u meer dan dit bedrag, dan is het spreiden van de investeringen over 2 jaren dus altijd voordeliger.
Meer energie-investeringsaftrek
U kunt van de energie-investeringsaftrek (EIA) gebruikmaken als u voor meer dan € 2.500 aan energiebesparende investeringen doet die op de Energielijst staan. U kunt nu 41,5% van de waarde van een kwalificerende energiebesparende investering aftrekken van uw winst. Volgende jaar wordt dit percentage verhoogd naar 58%. Bent u van plan te investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen, stel dat dan nog even uit naar volgend jaar. U krijgt dan meer aftrek dan dit jaar.
Pas op voor de desinvesteringsbijtelling
Heeft u voor uw investeringen investeringsaftrek genoten, voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. U krijgt hiermee te maken als u voor een bedrijfsmiddel investeringsaftrek heeft gehad, maar u dit bedrijfsmiddel verkoopt binnen 5 jaar na het begin van het jaar waarin u de aftrek had. Ook als u binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk te stellen is – u brengt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel over naar uw privévermogen – krijgt u met de desinvesteringsbijtelling te maken. Check daarom altijd eerst de investeringsdatum voordat u tot desinvesteren overgaat. Wellicht moet u dat pas in 2016 doen.
Denk aan tijdige ingebruikname bij willekeurige afschrijving in 2013
Heeft u in 2013 gebruik gemaakt van de tijdelijke crisisregeling willekeurige afschrijving? U mocht toen over investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen in de periode 1 juli tot met 31 december 2013 tot ten hoogste 50% afschrijven ten laste van uw winst. Voor het restant golden de normale afschrijvingsregels. Een van de voorwaarden die daaraan was verbonden, was dat u het bedrijfsmiddel uiterlijk vóór 1 januari 2016 in gebruik heeft genomen. Check of u al aan die voorwaarde heeft voldaan.
Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn
Heeft u in het verleden verliezen geleden, dan kunt u die verrekenen met winst van het voorafgaande jaar of met de winsten in de negen volgende jaren. Dit betekent dat verliezen uit 2006 na 31 december 2015 niet meer verrekenbaar zijn. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen te realiseren. Uw adviseur kan voor u onderzoeken welke mogelijkheden u nog heeft.
Aanpak belastingontwijking emigrerende DGA
Heeft u een aanmerkelijk belang (ten minste 5%-aandelenbezit)? Als u emigreert, legt de Belastingdienst u een zogenaamde conserverende aanslag op over de waardeaangroei van uw aandelenbezit in de periode dat u in Nederland woonde. U hoeft deze aanslag alleen te betalen als u binnen 10 jaar na uw vertrek 90% of meer van de winstreserves in uw vennootschap uitkeert of als u de aandelen verkoopt. Na 10 jaar wordt de aanslag kwijtgescholden. Deze kwijtschelding is per 15 september 2015, 15.15 uur geschrapt. De conserverende aanslag blijft voortaan dus voor onbepaalde tijd openstaan. Bovendien gaat u over iedere winstuitkering naar rato belasting betalen.
De maatregel geldt niet voor aanmerkelijkbelanghouders die al in het buitenland wonen. Op hen blijft de huidige regeling van toepassing.
Verhoging arbeidskorting maar afbouw start bij lager inkomen
De arbeidskorting bedraagt nu maximaal € 2.220. De korting wordt in 2016 verhoogd tot maximaal € 3.103 bij een arbeidsinkomen van € 19.758. Tot een arbeidsinkomen van ongeveer € 107.000 krijgt u volgend jaar meer arbeidskorting dan dit jaar. De afbouw van de arbeidskorting begint al wel bij een arbeidsinkomen van € 34.015. Dit jaar begint die afbouw pas bij een arbeidsinkomen van € 49.770. Heeft u in 2016 meer arbeidsinkomen dan € 111.590, dan ontvangt u geen arbeidskorting meer. Dit jaar is dat nog minimaal € 184. Vanaf 2017 wordt de arbeidskorting trager afgebouwd.
Algehele afbouw algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting wordt steiler afgebouwd dan in het vorige Belastingplan 2015 was bepaald. Bovendien vervalt deze korting geheel voor de hogere inkomens. In 2015 wordt de algemene heffingskorting niet verder afgebouwd dan tot € 1.342, maar in 2016 wordt deze korting volledig afgebouwd. De afbouw met 4,796% begint bij het einde van de eerste belastingschijf (€ 19.922) en eindigt bij het eindpunt van derde belastingschijf (€ 66.421). Heeft u meer inkomen dan heeft u vanaf 2016 geen algemene heffingskorting meer.
Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting
Werkt u en heeft u een kind in de leeftijd tot 12 jaar? In dat geval komt u mogelijk in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dat is het geval als u geen fiscale partner heeft of als u die wel heeft maar uw arbeidsinkomen lager is dan dat van uw partner. De hoogte van de korting hangt af van uw arbeidsinkomen. Bij een arbeidsinkomen van tenminste € 4.881 (in 2015: € 4.857) of als u de zelfstandigenaftrek krijgt (of kunt krijgen), bedraagt de korting minimaal € 1.039 (in 2015: € 1.033). Daarboven loopt de korting op met 6,159% (in 2015: 4%) tot maximaal € 2.769 (in 2015: € 2.152). Dat maximum bereikt u bij een inkomen van € 32.970 (in 2015: € 32.832).
Verhoging ouderenkorting
Om het koopkrachtverlies van gepensioneerden te repareren wordt de ouderenkorting in 2016 verhoogd tot een inkomen van ongeveer € 35.000. De ouderenkorting bedraagt in 2016 € 1.187 (in 2015: € 1.042). In 2017 wordt de ouderenkorting verder verhoogd.
Invoering tijdsevenredige heffingskorting
Nu krijgt u nog de gehele heffingskorting toegekend als u slechts een deel van het jaar belastingplichtig bent in Nederland, bijvoorbeeld bij emigratie of immigratie. In 2016 wordt de tijdsevenredige heffingskorting ingevoerd voor binnenlandse en kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Deze wijziging stamt nog uit het Belastingplan 2015.
Meld tijdig uw eigenwoninglening
Heeft u in 2014 een woning gekocht met een lening van uw ouders of van uw eigen BV? In dat geval kunt u de rente alleen in aftrek brengen op uw box-1-inkomen als u de gegevens over die lening tijdig meldt bij de Belastingdienst. Dat kan bij de aangifte IB 2014, maar moet uiterlijk zijn gedaan op 31 december 2015. Wordt uw aangifte IB 2014 dus pas na 31 december 2015 ingediend, dan moet u de melding dus al uiterlijk voor het einde van dit jaar hebben gedaan. Bij een niet-tijdige melding vervalt de renteaftrek over 2014.
Alleen leningen aangegaan na 1 januari 2013
Deze op 1 januari 2013 ingevoerde renseigneringsplicht voor leningen van niet-administratieplichtigen geldt alleen voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan en waarop u jaarlijks verplicht annuïtair moet aflossen. U hoeft dus geen gegevens te melden van een op 31 december 2012 bestaande lening. Dat geldt ook als na 1 januari 2013 de rente van deze lening is of wordt gewijzigd of de lening is overgesloten.
Meld tijdig wijzigingen in uw eigenwoninglening
Heeft u op of na 1 januari 2013 een eigenwoninglening bij uw familie gesloten of bij uw eigen BV en heeft u die lening in 2015 gewijzigd, zorg er dan voor dat u dit tijdig meldt bij de Belastingdienst. De wijziging moet vóór 1 februari 2016 zijn gemeld om renteaftrek te behouden. Als u dit niet tijdig doet, dan vervalt de renteaftrek over 2015.
Versoepeling op komst sanctie meldplicht
De sanctie van het tijdelijk verlies van de renteaftrek bij het niet (tijdig) melden van de (wijziging van een) eigenwoninglening bij een niet-administratieplichtige (familie, eigen BV etc.) vervalt vanaf het aangiftejaar 2016. Dat wordt voorgesteld in de Belastingplannen voor 2016. Vanaf dat belastingjaar hoeft u deze informatie alleen nog aan te geven in de IB-aangifte.
Verzachting sanctie bij betalingsachterstand eigenwoningschuld
Eigenwoningschulden die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan moeten jaarlijks ten minste annuïtair worden afgelost. Een betalingsachterstand is tijdelijk toegestaan maar als u de betalingsachterstand niet binnen de gestelde termijnen inhaalt, verhuist de eigenwoningschuld permanent naar box 3. De renteaftrek vervalt dan definitief. Lost u deze schuld af en gaat u een nieuwe schuld aan, dan wordt deze schuld ter grootte van de oude eigenwoningschuld die naar box 3 is overgegaan, niet aangemerkt als een eigenwoningschuld. Het permanente verlies van de renteaftrek vervalt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Een eigenwoningschuld gaat nog wel naar box 3 onder de gegeven omstandigheden, maar kan ook weer terugkeren naar box 1 als u weer aan de aflossingseis voldoet
Nog extra aflossen op uw hypotheek
Bij enkele banken kunt u dit jaar nog gebruikmaken van een ruimere boetevrije aflossing op uw hypotheek als uw woning ‘onder water’ staat. Dat is het geval als uw hypotheekschuld hoger is dan de WOZ-waarde van uw woning. U mag dan boetevrij aflossen tot deze lagere WOZ-waarde van uw woning. Normaal gesproken is die boetevrije aflossing gelimiteerd tot 10 of 20% van de hypotheeksom. Check bij uw bank of dit ruimere aflossingsbeleid geldt en los nog dit jaar extra af. Dit is waarschijnlijk het laatste jaar waarin dit nog kan. Een bijkomend voordeel is dat u met de extra aflossing uw box 3-vermogen verlaagt.
Let op bij spaar- en bankspaarhypotheken
Heeft u een spaarhypotheek of een bankspaarhypotheek, dan heeft u een hypotheek met daaraan gekoppeld een spaartegoed. U spaart belastingvrij voor de aflossing van uw eigenwoningschuld. Onder voorwaarden is ook de uitkering belastingvrij. Een van die voorwaarden is dat u het spaartegoed daadwerkelijk gebruikt voor de aflossing van uw eigenwoningschuld. Als u de schuld (deels) heeft afgelost, zal het vrijkomende spaarsaldo mogelijk de resterende eigenwoningschuld overtreffen. In zoverre is het vrijkomende spaarsaldo dan niet vrijgesteld, maar progressief belast in box 1. Extra aflossen is vooral zinvol bij een aflossingsvrije hypotheek.
Beperking renteaftrek bij latere verhuizing
Heeft u nog verhuisplannen? Een aflossing op uw hypotheek betekent dat uw renteaftrek voor een nieuwe hypotheek bij een latere verhuizing mogelijk wordt beperkt door de werking van de bijleenregeling. Uw eigenwoningreserve (verschil tussen de netto verkoopprijs van uw verkochte woning en uw hypotheek) is groter door de aflossing op de eigenwoningschuld. U wordt geacht deze reserve te herinvesteren in uw nieuwe woning. In zoverre heeft u geen renteaftrek voor de nieuwe eigenwoningschuld.
Anticipeer op verdere tariefsverlaging aftrek kosten eigen woning in 2016
Het maximale tarief waartegen u de (rente)kosten van de eigen woning kunt aftrekken gaat sinds vorig jaar jaarlijks met 0,5% omlaag en bedraagt nu 51%. Dit gebeurt totdat het tarief is teruggebracht tot het tarief van de derde belastingschijf (in 2016: 40,20%). De aftrek in de hoogste schijf bedraagt in 2016 dus 50,5%. De opbrengsten worden teruggesluisd naar de burgers via verlenging van derde schijf tot en met 2017 en door vanaf 2018 het tarief van de tweede en derde belastingschijf te verlagen naar 38%.
Let op
Volgend jaar gaat de inkomensgrens omhoog, waarbij iedere euro die u meer verdient wordt belast tegen het hoogste belastingtarief van 52%. Die grens ligt nu nog bij € 57.585. Volgend jaar gaat deze inkomensgrens naar € 66.421.
Tip
U mag in 2015 de hypotheekrente over de periode 1 januari tot 1 juli 2016 vooruitbetalen en in 2015 in aftrek brengen. Doe dit wel in overleg met uw bank. Er zijn banken die hier niet aan meewerken.
Als het kan, laat dan de vooruitbetaling schriftelijk vastleggen. U heeft dan tegenover de Belastingdienst een bewijs van betaling.
Ook vrijstelling SEW en BEW verminderen met vrijstelling box 3-polis
Er geldt in box 1 een vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), de spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW). Dat wil zeggen dat onder voorwaarden de uitkering uit de KEW, SEW of BEW is vrijgesteld in box 1. Tijdens de looptijd van de KEW-polis, de spaarrekening of het beleggingsrecht eigen woning hoeft u ook geen belasting te betalen in box 3 over de waarde van de polis, de spaarrekening of de waarde van het beleggingsrecht. Heeft u naast een KEW, SEW of een BEW ook een kapitaalverzekering van vóór 14 september 1999? Deze polis valt in box 3 en is ook vrijgesteld, zowel tijdens de opbouwfase als op het moment dat deze kapitaalverzekering tot uitkering komt. Heeft u deze vrijstelling in box 3 bij uitkering benut? In dat geval moet u, als later de KEW in box 1 tot uitkering komt, de vrijstelling in box 1 verminderen met de benutte vrijstelling in box 3. Voor de SEW of de BEW hoeft dit tot nu toe niet. Dit onderscheid was echter nooit de bedoeling en dus wordt dit in de Belastingplannen voor 2016 gelijkgetrokken.
Toch dubbele vrijstelling voor polissen bij ontbreken dubbele begunstiging
Fiscale partners die bij leven gebruik wensen te maken van de dubbele vrijstelling bij een zogenoemde Brede Herwaarderingspolis, een SEW, KEW of BEW moeten beide begunstigden zijn. Die dubbele begunstiging wordt vaak vergeten waardoor de dubbele vrijstelling niet kan worden benut. Daarvoor zou dan eerst de begunstiging in de polis moeten worden aangepast. Dat is veel te veel gedoe, dus wordt voor een veel praktischer oplossing gekozen. Voorgesteld wordt dat fiscale partners bij het indienen van de aangifte een gezamenlijk verzoek doen op basis waarvan de uitkering bij ieder voor de helft opkomt. Zij kunnen dan vervolgens ieder hun eigen vrijstelling benutten.
Verhuur niet verkochte woning nog even uitstellen of juist niet
Overweegt u om uw niet verkochte eigen woning tijdelijk te verhuren? In dat geval kan het verstandig zijn om dit over de jaarwisseling heen te tillen. De woning en de hypotheek gaan namelijk tijdens de verhuurperiode tot uw box 3-vermogen behoren. De peildatum voor de box 3-heffing is 1 januari van het kalenderjaar. Heeft u nog overwaarde op uw niet verkochte woning en stelt u de aanvang van de verhuur uit tot na de jaarwisseling, dan bespaart u dus box-3-belasting. Is uw hypotheekschuld hoger dan de waarde van uw woning, dan staat uw woning ‘onder water’. In dat geval kan het wel aantrekkelijk zijn om de verhuur nog dit jaar te starten.
Stel levering van uw verkochte woning nog even uit
Heeft u uw eigen woning eind 2015 met een overwaarde verkocht en heeft u nog geen nieuwe eigen woning gekocht? U doet er dan verstandig aan om de levering uit te stellen tot na 1 januari 2016. Zolang de levering nog niet heeft plaatsgevonden, blijft de woning tot box 1 behoren. De overwaarde hoeft u dan op de peildatum 1 januari 2016 niet op te nemen in de rendementsgrondslag van box 3. Staat uw huis ‘onder water’? Dan is levering in 2015 juist voordelig voor de box-3-heffing. Dit geldt ook als u nog dit jaar een woning wilt kopen met eigen vermogen.
Verhoging heffingsvrije vermogen box 3
Het vermogen waarover u in box 3 geen belastingheffing hoeft te betalen, wordt in 2016 verhoogd met € 3.000. Na indexatie komt het heffingsvrije box-3-vermogen op € 24.437 per belastingplichtige.
Nieuwe box-3-heffing gunstig voor kleine vermogensbezitter
U betaalt momenteel meer belasting in box 3 dan dat u aan rendement ontvangt. Dat geldt met name ten aanzien van de rente op uw spaartegoed. Dat vindt ook het kabinet niet eerlijk. Daarom zijn er wijzigingen voorgesteld die vanaf 2017 de verhouding tussen rendement en belasting moeten verbeteren. Zo wordt het heffingsvrij vermogen in box 3 verhoogd naar € 25.000 per belastingplichtige en het fictieve rendement van 4% wordt vervangen door een staffel van jaarlijks veranderende fictieve rendementen. Voor het jaar 2017 wordt het fictief rendement 2,9% tot een vermogen van € 100.000 (per belastingplichtige), tussen € 100.000 en € 1 miljoen 4,7% en daarboven 5,5%.
Tip
Onder de huidige regeling maakt het niet veel uit bij welke partner het vermogen in box 3 wordt aangegeven. Het schuiven met vermogensbestanddelen tussen de partners wordt vanaf 2017 wel van belang in verband met de verschillende fictieve rendementen. Heeft u een box 3-vermogen van
€ 200.000. In dat geval is verstandig om dit over u beiden gelijkelijk te verdelen zodat bij ieder van u het fictief rendement van 2,9% van toepassing is. Verdeelt u niet, dan bedraagt het fictief rendement van het box 3-vermogen boven € 100.000 4,7%.
Kinderalimentatieverplichting niet in box 3
Kinderalimentatierechten zijn geen bezitting voor de rendementsgrondslag van box 3. Maar sinds 1 januari jl. wordt de kinderalimentatieverplichting wel als schuld in aanmerking genomen in box 3. Dit hangt samen met het vervallen van de aftrek uitgaven van levensonderhoud van kinderen. Er is verzuimd om deze verplichting ook uit te sluiten van box 3. Dat gaat alsnog gebeuren per 1 januari 2017.
Stap over op groen beleggen
Sinds 1 januari 2013 bestaat er alleen voor groene beleggingen nog een heffingskorting in box 1. Deze korting bedraagt 0,7% van de waarde van deze beleggingen die is vrijgesteld in box 3. De vrijstelling in box 3 bedraagt maximaal € 56.928 per belastingplichtige (fiscale partners: € 113.856).
Nu uw spaarsaldo niet veel rente oplevert, is het fiscaal nog voordeliger om groen te gaan beleggen.
Einde ouderentoeslag in box 3
Heeft u op 31 december 2015 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en heeft u vermogen in box 3? In dat geval komt u mogelijk in aanmerking voor een verhoging van uw heffingsvrij vermogen. Het heffingsvrij vermogen van € 21.330 in 2015 wordt namelijk verhoogd met € 28.236 ouderentoeslag als uw verzamelinkomen minder dan € 14.431 bedraagt. Is uw inkomen hoger dan € 14.431 maar lager dan € 20.075, dan heeft u recht op een ouderentoeslag van € 14.118. De ouderentoeslag krijgt u alleen als uw box-3-vermogen na aftrek van het heffingsvrij vermogen niet meer bedraagt dan € 282.226. Heeft u een partner? In dat geval worden de genoemde bedragen verdubbeld, mits uw partner voldoet aan de voorwaarden. Dit is het laatste jaar waarin u de oudertoeslag nog kunt claimen, want vorig jaar is bij het Belastingplan 2015 beslist dat de ouderentoeslag per 1 januari 2016 wordt afgeschaft.
Anticipeer op één peildatum in box 3
Voor de heffing in box 3 geldt slechts één peildatum: 1 januari van het kalenderjaar. De waarde van uw vermogen op 1 januari 2016 is dus bepalend voor de inkomstenbelasting die u dat jaar in box 3 verschuldigd bent. Het kan dus verstandig zijn om de geplande aankoop van dure goederen die niet tot box 3 worden gerekend (denk aan een auto, boot of kunstwerk), nog dit jaar te doen.
Betaal uw belastingschulden
Belastingschulden kunt u niet aftrekken van uw vermogen in box 3. Als u deze schulden vóór 31 december 2015 betaalt, dan wordt uw vermogen in box 3 lager en bespaart u dus box 3-heffing. Een uitzondering wordt gemaakt voor de nog te betalen erfbelasting. Die schuld is wel aftrekbaar van uw box-3-vermogen.