Een recente uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) alsnog een navorderingsaanslag inkomstenbelasting kan krijgen, ook nadat de aanslag al definitief is vastgesteld.
De reden? Een verschil tussen de aangifte inkomstenbelasting (IB) van de dga en de aangifte vennootschapsbelasting (VPB) van de bv.
Toch navordering na definitieve aanslag
In deze zaak had de dga uitkeringen uit een oudedagsverplichting (ODV) en lijfrente-uitkeringen niet volledig verwerkt in zijn aangiften inkomstenbelasting. Pas toen de Belastingdienst later de VPB-aangifte van de bv beoordeelde, kwamen de afwijkingen in de jaarrekening aan het licht.
Dat leverde een zogenoemd ‘nieuw feit’ op, waardoor navordering mogelijk was.
De belangrijkste fiscale les: de inspecteur hoeft niet vooraf het dossier van de bv te raadplegen om de aangifte inkomstenbelasting van de dga te controleren. De Belastingdienst mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de ingediende aangifte.
Controleer jaarlijks aansluiting tussen privé en bv
De fiscale tip is dan ook: controleer jaarlijks of de verwerking van ODV-uitkeringen, lijfrentes, rekening-courantposities, dividend en andere dga-transacties in de IB en VPB volledig op elkaar aansluiten.
Een verschil tussen beide aangiften kan jaren later alsnog leiden tot een navorderingsaanslag, belastingrente en mogelijk ook een boete.
Juist de aansluiting tussen privé en bv is een punt dat in de praktijk regelmatig wordt onderschat. De uitspraak onderstreept opnieuw dat een definitieve aanslag inkomstenbelasting niet altijd het eindpunt is.
Wat te doen?
Laat de aansluiting tussen privé en bv controleren, zeker als de jaarrekening en aangiften afzonderlijk van elkaar of door verschillende personen of afdelingen worden opgesteld. Bespreek dit met je Finovion-adviseur of neem contact op met een Finovion-kantoor bij jou in de buurt.