Schijnzelfstandigheid bij de inhuur van een ZZP-er?
De kans op schijnzelfstandigheid bij de inhuur van een zzp’er zorgt nog steeds voor onzekerheid bij opdrachtgevers en opdrachtnemers. Vorig jaar besliste de Hoge Raad in de Deliveroo-zaak dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen bij de vraag of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarbij noemde de Hoge Raad specifieke criteria die hierbij van belang kunnen zijn, in onderling verband bezien. Dit bood al enig houvast om de arbeidsrelatie beter te beoordelen.
Onlangs heeft de Hoge Raad in de zaak van de Uber-taxichauffeurs een van de criteria uit de Deliveroo-zaak verduidelijkt, namelijk of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan het verwerven van een reputatie, het aantal opdrachtgevers, acquisitie, de duur van een opdracht en de fiscale behandeling. De Hoge Raad oordeelt dat dit criterium even belangrijk is als alle andere criteria die van belang zijn voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. Er is dus geen sprake van een rangorde in de specifieke criteria. Het kan dus zo zijn dat de arbeidsrelatie ten aanzien van hetzelfde werk, verricht voor dezelfde opdrachtgever, voor een werkende mét ondernemerschap géén arbeidsovereenkomst is. Terwijl de arbeidsrelatie voor een werkende zonder ondernemerschap wel als arbeidsovereenkomst kwalificeert. Kortom, het is dus mogelijk dat bij een opdrachtgever werknemers zij-aan-zij werken met zzp’ers.
Impact op Wet Vbar?
Deze verduidelijking van de Hoge Raad is ook van belang voor de nieuwe Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Deze wet moet de huidige regels voor de beoordeling van arbeidsrelaties vervangen. De Vbar wordt momenteel aangepast naar aanleiding van de kritiek van de Raad van State eind 2024. De verduidelijking van de Hoge Raad in de Uber-zaak zal ook worden meegenomen in het uiteindelijke wetsvoorstel dat nog voor de zomer bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Kortom, wordt vervolgd.
Alternatief voorstel voor zzp-problematiek
Een aantal partijen in de Tweede Kamer heeft een alternatief voorstel ingediend om de zzp-problematiek op te lossen. Zij introduceren de ‘Zelfstandigenwet’, die is gebaseerd op een Belgisch voorbeeld. Deze wet steunt op drie pijlers. Ten eerste de zelfstandigentoets, waarbij wordt beoordeeld of de persoon die het werk uitvoert zich in het economisch verkeer als zelfstandige gedraagt. Daarbij wordt ook gekeken naar toereikende voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. De tweede pijler betreft de werkrelatietoets, waarbij wordt beoordeeld of de opdrachtnemer de werkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren. Hierbij zijn van belang de wil van partijen, de vrijheid om de werkwijze en werktijden zelf te bepalen en of de opdrachtnemer een ondergeschikte positie heeft in de organisatie van de opdrachtgever. De derde pijler is de introductie van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst in bepaalde sectoren. Als aan bepaalde criteria wordt voldaan, wordt aangenomen dat de opdrachtnemer werknemer is van de opdrachtgever.
Voor dit alternatieve voorstel lijkt meer steun te bestaan dan voor de Vbar. De komende maanden zal moeten blijken welke keuzes de politiek gaat maken.
Advies nodig?
Neem dan contact op met je lokale Finovion-kantoor.
Terug naar nieuwsoverzicht