Door wijzigingen in 2017 in de heffingssystematiek in box 3 en de alsmaar dalende spaarrente hebben veel vermogende huishoudens hun vermogen in een zogenoemde spaar-bv ondergebracht. Je betaalde in box 3 immers een hogere forfaitaire heffing naarmate je vermogen hoger was. En doordat de spaarrente daalde, was het forfaitaire rendement waar box 3 van uitging voor laag renderende vermogens lang niet haalbaar.
Box 3 op de schop
Maar box 3 is na de zg. ‘Kerstarresten’ op de schop gegaan en maakt nu onderscheid in verschillende vermogenscategorieën. Voor spaargeld wordt de heffing nu gebaseerd op een rendement dat na afloop van een jaar wordt vastgesteld aan de hand van het gemiddelde werkelijke rendement (0,36% in 2023). Tegelijkertijd is het lage tarief vennootschapsbelasting (VPB) dat geldt tot een winst van € 200.000, begin dit jaar in één keer verhoogd van 15% naar 19%. Verder komen er vanaf 2024 twee tarieven in box 2. Spaargeld in een spaar-bv is daarmee niet meer voordelig.
De spaar-bv opdoeken dan maar?
Of je er verstandig aan doet om je vermogen uit je spaar-bv terug naar privé te storten, hangt van een aantal zaken af. Als het alleen om spaargeld gaat, dan is het antwoord ja. Maar als het gaat om wat in box 3 ‘overige bezittingen’ genoemd wordt, zoals vermogen in vastgoed, aandelen en obligaties, dan zou de bv wel voordeliger kunnen zijn. Mits het behaalde rendement daarop niet hoger dan 4,1% en maximaal 5,2% is. Als je op je ‘overige bezittingen’ minder rendement maakt, dan kun je wel fiscaal voordeel hebben bij het beleggen van dat vermogen in een bv. Daarbij spelen echter meer factoren een rol, zoals de kosten van de bv, hoe lang het geld binnen de bv moet blijven, etc.
Meer weten?
Vraag het Finovion-kantoor bij jou in de buurt. We helpen je graag verder.