Sociale zekerheid/arbeidsrecht

Premiekorting bij indienstneming jongere uitkeringsgerechtigde

Neemt u vóór 1 januari 2016 nog een jonge uitkeringsgerechtigde aan? Dan komt u onder voorwaarden nog maximaal 2 jaar in aanmerking voor een premiekorting als deze jongere tussen de 18 en 27 jaar is én een WW- of bijstandsuitkering heeft. De premiekorting bedraagt maximaal € 3.500 per jaar. De 2-jaarstermijn begint te lopen bij de start van de dienstbetrekking. De korting kan dus niet langer worden toegepast dan tot en met het aangiftetijdvak dat eindigt op 31 december 2017.

Overige voorwaarden

Er zijn ook andere voorwaarden waaraan u moet voldoen om de premiekorting te krijgen. Zo moet u de jongere minimaal een halfjaarcontract geven voor minimaal 24 uur per week. Daarnaast moet u een doelgroepverklaring van het UWV (bij een WW-uitkering) of de gemeente (bij een bijstandsuitkering) bij uw loonadministratie bewaren. De werknemer kan de doelgroepverklaring aanvragen bij de uitkerende instantie. Met deze verklaring kunt u eenvoudig aantonen dat de werkloze jongere een uitkering ontving, voordat hij/zij bij u in dienst trad.

Premiekorting arbeidsgehandicapten voor doelgroep banenafspraak

Vanaf 1 januari 2016 komt er een premiekorting arbeidsgehandicapten bij, namelijk de gemeentelijke doelgroep banenafspraak. Of een potentiële werknemer tot deze groep behoort, kunt u als werkgever zelf vaststellen via het werkgeversportaal op www.uwv.nl. Hierdoor gaat de premiekorting arbeidsgehandicapten voor de bestaande gemeentelijke doelgroep (bijvoorbeeld voor mensen met een uitkering krachtens de Wajong) omlaag van € 7.000 naar € 2.000 per jaar. Het bedrag van de premiekorting arbeidsgehandicapten voor het in dienst nemen van mensen met een WIA-uitkering wijzigt niet.

Maak gebruik van de subsidieregeling voor werkloze 50-plussers

Er bestaat ook nog een subsidieregeling voor werkloze 50-plussers. Dit zogenoemde scholingsvoucher kan worden gebruikt voor een korte om- of bijscholing (maximaal 1 jaar). De werkloze kan de subsidie zelf of via een werkgever aanvragen bij het UWV. De aanvraag kan nog worden ingediend tot uiterlijk 2 weken na aanvang van de scholing. De subsidie vergoedt maximaal € 1.000 van de scholingskosten. De scholing moet wel opleiden tot een beroep dat ook echt perspectief biedt op een baan of op een zelfstandig beroep of ondernemerschap. Het UWV beoordeelt bij de aanvraag of daarvan sprake is. De subsidieregeling loopt nog tot 30 september 2016.

Aanvraag door de werkgever

U kunt als werkgever de scholingsvoucher aanvragen als u een werkloze 50-plusser in dienst neemt voor tenminste 3 maanden én de helft van de uren waarvoor hij/zij een WW-uitkering ontving met een minimum van 12 uur per week.

Plaatsingsfee voor bemiddelaars

Ook bemiddelaars krijgen een vergoeding als zij werkloze 50-plussers aan een (duurzame) baan helpen. Zij kunnen deze plaatsingsfee aanvragen binnen 45 dagen na 3, 6 en 12 maanden vanaf het moment waarop zij een werkloze oudere hebben geplaatst. Het uitzendbureau krijgt een plaatsingsbonus van € 300 bij een plaatsing voor minimaal 3 maanden. Bij een plaatsing voor minimaal 6 maanden komt daar € 700 bij. Bij een plaatsing van minimaal 1 jaar bedraagt de bonus in totaal € 1.500. Voorwaarde is dat de werkloze 50-plusser aan de slag gaat voor minimaal de helft van het aantal uren waarvoor hij een WW-uitkering kreeg. Daarbij geldt een minimumaantal uren van gemiddeld 12 uur per week. Ook deze regeling loopt nog tot 30 september 2016.

Premiekorting oudere uitkeringsgerechtigden

U kunt ook nog steeds een premiekorting krijgen van € 7.000 per jaar gedurende maximaal 3 jaar voor het in dienst nemen van een oudere uitkeringsgerechtigde van 56 jaar of ouder.
U moet dan ook een doelgroepverklaring en een arbeidsovereenkomst in uw administratie bewaren. Vorig jaar was de leeftijdsgrens voor deze korting nog 50 jaar. Is aan u voor personen in de leeftijd 50 tot en met 55 jaar al premiekorting verleend vóór 1 januari 2015? In dat geval blijft die premiekorting voor de resterende looptijd intact.

Let op
Het is binnenkort niet meer mogelijk om 56-plussers te ontslaan, kort een WW-uitkering te laten ontvangen en hen daarna weer in dienst te nemen om zo de premiekorting te ontvangen. Deze maas in de wet wordt per 1 januari 2016 gedicht. Er wordt dan geen nieuwe dienstbetrekking meer aangenomen als binnen 6 maanden na uitdiensttreding een dienstbetrekking wordt aangegaan tussen dezelfde werkgever en werknemer.

Nieuw loonkostenvoordeel bij werknemers met lage lonen

Er wordt in 2017 ook een nieuw loonkostenvoordeel geïntroduceerd. Heeft u dan een werknemer in dienst met een uurloon tussen 100% en 110% van het wettelijk minimumloon, dan krijgt u maximaal
€ 2.000 per werknemer per jaar. Bedraagt het uurloon van de werknemer tussen 110% en 120% van het wettelijk minimumloon, dan ontvangt u maximaal € 1.000 per werknemer per jaar. U moet de werknemer wel voor ten minste 1.248 verloonde uren in dienst hebben en de werknemer mag de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

Omvorming premiekortingen

De bestaande premiekortingen voor oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking worden vanaf 2018 omgevormd tot loonkostenvoordelen. Dit zijn tegemoetkomingen die u als werkgever voortaan moet stimuleren om deze werknemers in dienst te nemen. De tegemoetkomingen bedragen € 6.000 (nu nog € 7.000) per werknemer per jaar gedurende drie jaar.

Let op
U moet voor de loonkostenvoordelen – net als bij de premiekortingen – een doelgroepverklaring van de werknemer in uw administratie bewaren. De werknemer vraagt deze verklaring aan bij het UWV of de gemeente, afhankelijk van de uitkering die werd genoten voorafgaand aan de dienstbetrekking. De werknemer kan ook u als werkgever machtigen om dit te doen. Zodra u de doelgroepverklaring in uw bezit heeft, zet u een kruisje bij het loonkostenvoordeel in de loonaangifte. Met deze indicatie verzoekt u formeel om in aanmerking te komen voor een loonkostenvoordeel.

Doe de sectorcheck

De Belastingdienst deelt uw bedrijf in een bepaalde sector in voor de sociale verzekeringspremies. U betaalt in de ene sector meer premie dan in de andere sector. Het is dus van groot belang dat u in de juiste premiesector bent ingedeeld. Wijzigen uw bedrijfsactiviteiten , dan is de kans groot dat uw bedrijf in een andere sector moet worden ingedeeld. In de praktijk blijkt dat de sectorindeling vaak niet juist is. Laat daarom de sectorindeling controleren. Het kan u veel premie besparen als u in een sector wordt ingedeeld met een lagere premie. Bovendien bespaart u boetes en naheffingen als blijkt dat u in een andere sector moet worden ingedeeld en juist meer premie moet betalen.

Uitkeringsduur WW verkort

Vanaf 1 januari 2016 wordt stapsgewijs de maximale uitkeringsduur van de WW-uitkering teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Vanaf 2019 geldt die kortere uitkeringsduur voor iedere werknemer die dan werkloos wordt. De minimale uitkeringsduur blijft drie maanden. De verkorte uitkeringsduur geldt niet voor werknemers die al vóór 1 januari 2016 werkloos zijn. De duur van hun WW-uitkeringen wijzigt dus niet.

Let op
Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben laten weten in 2016 cao-afspraken te willen maken om de kortere duur van de WW-uitkeringen (en ook WGA-uitkeringen) te repareren.

Doorwerken na de AOW-leeftijd

Vanaf 1 januari 2016 kunt u 6 arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een AOW’er aangaan gedurende een periode van 48 maanden. De opzegtermijn wordt een maand en u mag de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder toestemming van het UWV of de kantonrechter. Bovendien bent u geen transitievergoeding verschuldigd.
Wordt de AOW-er ziek, dan moet u 13 (in plaats van 104) weken loon doorbetalen. Heeft u op 31 december 2015 een zieke AOW’er in dienst, dan hoeft u maximaal tot 1 september 2016 het loon door te betalen, voor zover de periode van 104 weken niet eerder verstreken is.

Meer flexibel werken

Uw werknemer kan u verzoeken om meer of minder te mogen werken. Vanaf 1 januari 2016 kan hij/zij u ook verzoeken om op andere werktijden te mogen werken of op een andere arbeidsplaats (bijvoorbeeld thuiswerken). U moet aan een verzoek om wijziging van de arbeidsduur of de werktijden tegemoetkomen, tenzij u daartegen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen heeft. Het verzoek leidt bijvoorbeeld tot ernstige veiligheidsproblemen of ernstige financiële problemen. U kunt het verzoek dan afwijzen, voorzien van een schriftelijke motivatie. U heeft geen zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang nodig om een verzoek om op een andere arbeidsplaats te werken af te wijzen. U moet de afwijzing wel kunnen motiveren.

Gewijzigde termijnen

Uw werknemer kan verzoeken om aanpassing van de arbeidsduur, werktijden of arbeidsplaats, als hij/zij op de beoogde ingangsdatum ten minste een half jaar in dienst is. Nu is die termijn nog een jaar. Uw werknemer moet het verzoek schriftelijk doen en uiterlijk twee maanden voor de ingangsdatum. Nu moet hij/zij dit nog doen vier maanden voor de ingangsdatum. Is het verzoek ingewilligd of afgewezen, dan kan uw werknemer niet eerder dan na een jaar een nieuw verzoek doen. Tot 1 januari 2016 geldt hiervoor een wachttijd van twee jaar. U moet minimaal een maand voor de ingangsdatum beslissen over het verzoek. Beslist u niet tijdig, dan wordt de gevraagde wijziging doorgevoerd.

Let op
De wet flexibel werken geldt niet als u minder dan tien medewerkers in dienst heeft.