Prinsjesdag 2020: wat zijn de veranderingen voor ondernemers?

Prinsjesdag staat altijd in het teken van het aankondigen van alle belastingwijzigingen voor ondernemers. Wat verandert er allemaal voor ondernemers?

Prinsjesdag staat altijd in het teken van het aankondigen van alle belastingwijzigingen voor ondernemers. Wat verandert er allemaal voor ondernemers? Hieronder staand de belangrijkste wijzigingen.

Zelfstandigenaftrek sneller en meer afgebouwd

Een van de maatregelen die op Prinsjesdag is bekendgemaakt, is dat de zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.030) verder wordt afgebouwd dan vorig jaar werd bepaald. De afbouw vindt vanaf volgend jaar plaats met stappen van € 360 per jaar tot en met 2027 en met € 390 in 2028. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek dus maximaal € 6.670. Daarna daalt de aftrek met € 110 per jaar, zodat de aftrek uiteindelijk in 2036 nog maximaal € 3.240 bedraagt.
U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • tenminste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Tip:
Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie van uw werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt.

Berekening KIA verduidelijkt

Als u investeert in uw bedrijf, kunt u gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De KIA is – naast afschrijvingen – een extra aftrek op de winst. U kunt de KIA claimen als u op jaarbasis tussen € 2.400 en € 323.544 (2020) investeert in bedrijfsmiddelen. Bij ondernemers met meerdere ondernemingen en bij samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (VOF) of maatschap) levert de berekening van de KIA regelmatig discussie op met de Belastingdienst. Om geschillen hierover te voorkomen is de KIA verduidelijkt.

KIA bij meerdere ondernemingen
Bent u ondernemer en heeft u meerdere ondernemingen, dan bepaalt u de KIA per onderneming op basis van de investeringen die u per onderneming heeft gedaan. U moet hiervoor dus niet alle investeringen van al uw ondernemingen samentellen.

KIA bij samenwerkingsverband
Bent u een ondernemer die deelneemt aan een samenwerkingsverband, dan is het volgende voor u van belang. Geven uw investeringen samen met de investeringen van de andere deelnemers aan een samenwerkingsverband recht op het maximumbedrag van de KIA, dan heeft u slechts recht op een evenredig deel van het maximumbedrag aan KIA voor uw aandeel in het totaal van de investeringen.

Winstvrijstelling TOGS en TVL

De TOGS (€ 4.000) was een eenmalige tegemoetkoming waarmee u de vaste lasten van uw bedrijf kon blijven betalen tijdens de coronacrisis. Inmiddels is de TOGS opgevolgd door de TVL-regeling. Het recht op deze tegemoetkoming is afhankelijk van de grootte van uw bedrijf, de hoogte van uw vaste lasten en de mate van omzetdaling (minimaal 30%). Beide tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van winstbelasting. Maar dat kan alleen als dit in de wet geregeld is. Dat is nu gebeurd.

CO2-heffing voor de industrie

Het kabinet wil vanaf 2021 een CO2-heffing invoeren voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstoot, die vanaf 2021 jaarlijks afloopt tot 2030. De heffing wordt toepast op de te veel uitgestoten CO2. Deze heffing moet de industrie stimuleren om de CO2-uitstoot te reduceren. Hiermee wil het kabinet de reductiedoelstelling van het Klimaatakkoord halen. De heffing geldt niet voor bepaalde branches, zoals de glastuinbouw, ziekenhuizen en universiteiten.

Lage tarief vennootschapsbelasting verlaagd en verruimd

U gaat in 2021 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat namelijk omlaag van 16,5% naar 15%. Bovendien wordt die schijf in 2021 verlengd van een jaarwinst van € 200.000 naar € 245.000. In 2022 wordt de schijf verder verlengd naar € 395.000 jaarwinst. De verlaging van het hoge Vpb-tarief (25%) in de tweede schijf naar 21,7% gaat niet door.

Tip:
Heeft u meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen? Het kan dan interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken. De hogere grens voor het lage Vpb-tarief geldt namelijk voor alle winst van de fiscale eenheid bij elkaar. Maar zonder fiscale eenheid kunt u per vennootschap profiteren van deze hogere grens.

Eerder coronaverlies 2020 verrekenen

Een fiscale coronamaatregel die een wettelijke grondslag moest krijgen, betreft de geschatte coronaverliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting. Die mag uw bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou u het verlies van 2020 pas kunnen verrekenen met de winst van 2019 bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020, dus pas in 2021 of nog later. Deze coronamaatregel moet bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van uw bedrijf.

Pas op voor verliesverdamping
De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermindert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor mogelijk nooit meer verrekend worden met toekomstige winst. Laat daarom een deskundige de toevoeging aan de coronareserve zodanig vaststellen dat deze verliesverdamping wordt voorkomen.

Verhoging tarief innovatiebox

Bent u een innovatieve ondernemer? In dat geval kunt u mogelijk gebruikmaken van de innovatiebox. De voordelen uit octrooien en/of immateriële activa in deze box zijn nu nog belast tegen een effectief Vpb-tarief van 7%. Het kabinet heeft voorgesteld om het effectieve Vpb-tarief in deze box in 2021 te verhogen naar 9%.

Aftrek liquidatieverlies beperkt

Neemt uw vennootschap deel in een andere vennootschap, dan worden de winsten of verliezen die met deze deelneming verband houden niet meegeteld in de winst van uw vennootschap. Op deze deelnemingsvrijstelling geldt één uitzondering voor de aftrekbaarheid van verliezen wanneer de deelneming wordt geliquideerd. In dat geval is het liquidatieverlies wèl aftrekbaar van de winst. Omdat deze uitzondering leidt tot uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag wordt voorgesteld om de aftrek alleen nog toe te staan:

  • voor liquidatiesverliezen van deelnemingen, waarin een belang van meer dan 50% (dit was 25%) wordt gehouden;
  • voor liquidatieverliezen van deelnemingen die in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat zijn gevestigd;
  • als de vereffening van het vermogen van de geliquideerde deelneming is voltooid binnen 3 jaar na de staking van de onderneming of het liquidatiebesluit.

Tot een bedrag van € 5 miljoen (was € 1 miljoen) zijn liquidatieverliezen altijd aftrekbaar.
Vergelijkbare wijzigingen zijn voorgesteld voor stakingsverliezen van vaste inrichtingen. Vaste inrichtingen zijn bedrijfsruimtes in Nederland die onderdeel zijn van een buitenlandse onderneming, die over voldoende faciliteiten beschikt om als zelfstandige onderneming te functioneren.

Terug naar nieuwsoverzicht