Drempel opgaaf ICL verlaagd
Overschrijdt u per kwartaal met uw intracommunautaire leveringen (ICL) het drempelbedrag van € 100.000? In dat geval moet u de opgaaf ICL per maand doen. Maar daarin komt verandering. In de Btw-richtlijn is dit drempelbedrag namelijk al sinds 1 januari 2012 verlaagd naar € 50.000. De Europese Commissie heeft Nederland daarom op de vingers getikt. De Nederlandse bepaling wordt nu aangepast aan de Btw-richtlijn. Vanaf 1 januari 2016 moeten Nederlandse ondernemers die in een kwartaal voor meer dan € 50.000 aan goederen leveren aan ondernemers in andere EU-lidstaten, maandelijks een opgaaf ICL indienen. Levert u goederen aan afnemers in een ander EU-land? Controleer dan of deze wijziging ook voor u betekent dat u vanaf volgend jaar verplicht maandelijks een opgaaf ICL moet indienen. U zult bovendien hierop uw administratie moeten aanpassen.
Btw-vrijstelling coördinerende werkzaamheden in de zorg
Coördinerende werkzaamheden van eerstelijns zorggroepen en geboortezorgcentra worden vanaf 1 januari 2016 vrijgesteld van btw-heffing. Het is nog niet duidelijk hoe deze btw-vrijstelling precies vorm zal krijgen. Mogelijk gebeurt dit door toevoeging aan de lijst met kwalificerende instellingen voor de sociaal-culturele btw-vrijstelling. Ook is nog niet duidelijk of aan de maatregel terugwerkende kracht wordt verleend.
Herrekening en herziening van voorbelasting
Gebruikt u goederen en diensten voor zowel belaste prestaties als vrijgestelde prestaties? Er is dan sprake van gemengd gebruik. De voorbelasting die op deze goederen en diensten drukt, is niet volledig aftrekbaar. Aan het eind van het jaar moet u daarom een herrekening en/of een herziening van voorbelasting uitvoeren. Het resultaat geeft u aan in de aangifte over het laatste tijdvak van 2015.
Btw-correctie privégebruik auto van de zaak
Het privégebruik van de auto van de zaak moet u als werkgever of ondernemer als fictieve dienst belasten, als de werknemer of uzelf hiervoor geen vergoeding betaalt. Het woon-werkverkeer wordt overigens voor de btw tot het privégebruik gerekend. Betaalt u of uw werknemer wel een vergoeding voor het privégebruik, dan is deze vergoeding in beginsel tegen 21% btw belast. Als u of uw werknemer geen vergoeding betaalt voor het privégebruik, maar er is wel een sluitende rittenadministratie bijgehouden, dan bedraagt de btw 21% over de uitgaven voor de werkelijk gereden privékilometers. Betaalt u of uw werknemer geen vergoeding voor privégebruik en een sluitende rittenadministratie ontbreekt, dan wordt de btw forfaitair gesteld op 2,7% (in enkele gevallen 1,5%) van de catalogusprijs (incl. bpm en btw) van de auto. De btw berekent u naar rato van het aantal dagen dat de auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking heeft gestaan. U geeft deze btw aan in het laatste tijdvak van het kalenderjaar.
Ook btw-correctie bij eigen bijdrage
De btw-correctie vindt ook plaats wanneer u of uw werknemer wel een vergoeding voor het privégebruik betaalt. Betaalt u of uw werknemer een onzakelijk lage vergoeding, dan moet die vergoeding ten minste op de normale zakelijke waarde worden gesteld. Dat is het bedrag dat u als werkgever of ondernemer ‘in de markt’ zou moeten betalen om de auto in gebruik te geven aan een werknemer of aan uzelf. Die waarde is niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Daarom mag u ook een evenredig deel van de aan het privégebruik toerekenbare totale kosten (waaronder de afschrijving) van de auto als grondslag voor de btw-correctie hanteren. Als u deze berekening niet kunt maken, omdat bijvoorbeeld het aantal privékilometers niet bekend is, dan mag u toch de forfaitaire btw-correctie van 2,7% of 1,5% over de catalogusprijs toepassen. De eigen bijdrage voor het privégebruik moet dan wel lager zijn dan de normale waarde.
BUA-correctie voor personeelsvoorzieningen
De aftrek van voorbelasting voor personeelsvoorzieningen wordt op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) uitgesloten, tenzij de kosten per werknemer onder het bedrag van € 227 per jaar zijn gebleven. U moet aan het einde van het jaar beoordelen of deze grens al dan niet wordt overschreden. Bij overschrijding van het bedrag is de btw op de kosten niet aftrekbaar. Tot de personeelsvoorzieningen behoren onder meer het personeelsfeest of bedrijfsuitje, kerstpakketten en dergelijke. Voor kantineverstrekkingen geldt een aparte regeling.