Wanneer je niet aan je financiële verplichtingen kan voldoen, wordt in uiterste gevallen loonbeslag gelegd. Er wordt dan van je salaris een bedrag afgehaald voor betaling van de schuldeisers. Dit kan pas wanneer je inkomen boven de “beslagvrije voet” komt (voor gehuwden in 2020: € 1.352,98).
In de beslagvrije voet zitten ook andere inkomsten, zoals pensioen, alimentatie, verzekeringsuitkeringen, etc. Hierdoor hou je tenminste altijd een basisinkomen over.
Maar wat gebeurt er wanneer het vakantiegeld wordt uitbetaald? Kan de schuldeiser deze dan helemaal opeisen? Nee! De Hoge Raad geeft aan hoe in deze situatie de beslagvrije voet moet worden berekend. Als regel geldt dat het vakantiegeld iedere maand voor 1/12 deel wordt uitbetaald.
Stel: Je verdient € 1.300 per maand en ontvangt in mei daarbij € 1.300 aan vakantiegeld. Waar heeft de schuldeiser recht op? De berekening gaat als volgt: Het maandelijkse vakantiegeld bedraagt € 108,33 (€ 1.300/12). Je maandinkomen bedraagt dus: € 1.300 + €108,33 = € 1408,33. Van het vakantiegeld mag dus € 664,20 in het loonbeslag worden opgenomen (€ 1.408,33 – € 1.352,98 = € 55,35 x 12).
Speelt loonbeslag bij jou of bij een van je werknemers? Vraag het ons!
Terug naar nieuwsoverzicht