Normbedrag of werkelijke lunchkosten berekenen?

De waarde van een maaltijd in een bedrijfskantine of een lunch die u uw medewerkers biedt, wordt vastgesteld op het daarvoor geldende normbedrag (in 2019 is dit € 3,35). Een werkgever kocht ingrediënten, zoals brood en beleg, en verstrekte daarmee een lunch aan het op het kantoor aanwezige personeel. Deze werkgever meende dat de lunch kon worden gewaardeerd tegen de werkelijke kosten.

Deze casus werd voorgelegd aan het gerechtshof. Volgens het hof moet worden uitgegaan van het normbedrag, ongeacht de werkelijke kosten. De werkelijke kosten zijn dus niet van belang voor de waardering van de lunches.

Let op!
Deze uitspraak betreft de jaren 2011 tot en met 2014. In deze jaren was het nog niet verplicht om de Werkkostenregeling (WKR) toe te passen. De werkgever had daar niet voor gekozen. Onder de WKR kan wel worden uitgegaan van de werkelijke kosten.

Onder de WKR mag bij maaltijden in bedrijfskantines worden uitgegaan van de werkelijke kosten. Dit volgt uit de Wet op de loonbelasting. De maaltijd is loon in natura en hiervoor dient dan de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen, dan wel de factuurwaarde. Er kunnen nadere regels worden gesteld op grond waarvan een lagere waarde kan worden gehanteerd. Dat is onder andere het geval bij voorzieningen die gebruikt worden op de werkplek. Daar valt de maaltijd op kantoor onder. De minister heeft die waarde gesteld op € 3,35 (2019) (art. 3.8 Uitvoeringsregeling LB).

Als de werkelijke kosten (factuurwaarde) bijvoorbeeld € 1 zijn, dan zegt de Wet dat dát de waarde van het loon in natura is. De nadere regels kunnen wel een lagere maar geen hogere waarde voorschrijven. Als de maaltijd € 10 kost, hanteer je wel de lagere waarde van € 3,35 (2019).