Belastingbesparing: Check je vermogens-mix in box 3

De vermogensbelasting op spaargeld en beleggingen in box 3 werkt vanaf 2023 met een nieuwe berekenings-methode die tot en met 2025 zal blijven gelden.

Daarbij hanteert de fiscus nog wel een fictief rendement op spaargeld en beleggingen, maar dat wordt toegepast op de hoeveelheid spaargeld en beleggingen die je daadwerkelijk hebt.
In de oude methodiek ging de fiscus ervan uit dat er een vaste verhouding is tussen spaargeld en beleggingen. Maar vanaf 2023 komt er een definitieve overstap op een vermogensheffing die gebaseerd is op de daadwerkelijke hoeveelheid spaargeld en beleggingen.

Van belang om te beseffen is dat het vooral bij vermogens tot 100.000 euro vanaf volgend jaar nogal uitmaakt of je relatief veel of weinig belegt. Spaar je vooral, dan pakt de nieuwe vermogensbelasting gunstig uit. Maar als je met een vermogen tot een ton relatief veel beleggingen hebt, ga je fors meer vermogensbelasting betalen.

Kun je het nadeel nog beperken? Jazeker.

Door een belegging nog dit jaar te verkopen, beperk je de box-3 heffing over 2023. Vervolgens stort je de opbrengsten tijdelijk op een bankrekening. Want spaargeld wordt minder zwaar belast dan beleggingen. Natuurlijk brengt zo’n actie wel transactiekosten mee en enig koersrisico. Maar gegeven het feit dat aan beleggingen een verondersteld rendement van ruim 5 procent wordt toegekend, tegenover momenteel 0 procent voor sparen, kan schuiven tussen beleggingen en spaargeld wel uitmaken.

Maar let op. Als zo’n verkoop en storting plaatsvindt in een aaneengesloten periode van drie maanden die aanvangt voor en eindigt na de peildatum (1 januari) wordt deze geheel genegeerd en wordt je gewoon belast alsof je beleggingen hebt!

Deze maatregel geldt echter weer niet als je aannemelijk maakt te hebben gehandeld om zakelijke, dat wil zeggen niet-fiscale redenen.

Terug naar nieuwsoverzicht