Einde landbouwregeling

Einde landbouwregeling
Bent u landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer? Dan maakt u nu mogelijk gebruik van de landbouwregeling in de omzetbelasting. Die regeling wordt op 1 januari 2018 afgeschaft. Dat heeft gevolgen voor u en uw afnemers. U bent na afschaffing van de landbouwregeling over uw leveringen en diensten btw verschuldigd. Dat zal meestal 6% zijn (en wordt mogelijk 9%). De keerzijde is dat u recht krijgt op aftrek van de btw die aan u in rekening is gebracht. Maar het vervallen van de landbouwregeling betekent ook dat u:

  • een btw-administratie moet gaan bijhouden; en
  • btw-facturen moet uitreiken aan uw afnemers; en
  • geen ondertekende verklaringen aan uw afnemers meer hoeft te verstrekken; en
  • periodiek btw-aangiften moet indienen bij de Belastingdienst.

Vanaf 1 januari 2018 wordt u btw-plichtig en heeft u btw-aftrekrecht. Dit betekent ook dat u de niet afgetrokken btw die u heeft betaald op investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 heeft aangeschaft, mogelijk alsnog kunt aftrekken. Daarvoor bestaan de herzieningsregels.

Herzieningsregels
De herzieningsregels houden in dat er voor onroerende en roerende zaken waarop u afschrijft, na het jaar van aanschaf en ingebruikname nog een herzieningsperiode volgt van respectievelijk 9 en 4 jaar. U moet in die periode aan ieder jaar respectievelijk 1/10e en 1/5e gedeelte van de bij aanschaf betaalde btw toerekenen. Vervolgens moet u aan het einde van ieder jaar beoordelen in hoeverre u recht heeft op aftrek van dat gedeelte van de btw. Dat hangt af van de mate waarin u belaste of vrijgestelde prestaties verricht. Alleen voor zover u belaste prestaties verricht, heeft u immers btw-aftrekrecht. Als uit de herzieningsberekening blijkt dat u te veel of te weinig btw in aftrek heeft gebracht, dan moet u het verschil op de aangifte van het laatste tijdvak van het boekjaar aangeven.

Maar nu uw situatie. Heeft u steeds de landbouwregeling toegepast? De herzieningsregels hebben dan voor u tot nu toe geen gevolgen gehad. U had immers geen recht op btw-aftrek, omdat u over uw leveringen en diensten geen btw verschuldigd was. Nu u op 1 januari 2018 btw-plichtig wordt en u btw-aftrekrecht krijgt, zijn deze herzieningsregels wel van belang voor u. Er zijn voor het claimen van de btw-aftrek twee situaties te onderscheiden:

  1. de aftrek van betaalde btw op vóór 1 januari 2018 aangeschafte én in gebruik genomen investeringsgoederen, kunt u voor de resterende herzieningsperiode in één keer claimen in heel 2018;
  2. de aftrek van betaalde btw op vóór 1 januari 2018 aangeschafte maar op die datum nog niet in gebruik genomen investeringsgoederen, kunt u volledig in één keer claimen in heel 2018, maar uiterlijk in het belastingtijdvak waarin u de goederen in gebruik neemt.

In beide gevallen gelden vanaf 1 januari 2018 dan wel weer de normale herzieningsregels, zoals we hiervoor hebben beschreven.