Vermogensrendementheffing

De afgelopen weken lekte bijna de gehele inhoud van de Miljoenennota uit, met daarin de plannen van het kabinet voor komend jaar. Hieronder alvast in detail wat er met ingang van 2017 ten aanzien van de vermogensrendementsheffing in box 3 gaat wijzigen.

De huidige vermogensrendementsheffing, waarmee spaargeld in box 3 wordt belast, geeft veel Nederlanders het gevoel belasting af te dragen over een opbrengst die er nooit is geweest. In box 3 wordt sinds 2001 een verondersteld rendement uit vermogen van 4 procent belast tegen een vlak tarief van 30 procent.

Het percentage van 4 houdt echter geen rekening met de vermogensmix. Dit schuurt met het rechtvaardigheids-gevoel van velen, zeker nu de rente op spaargeld zeer laag is. Om te komen tot een heffing die door belastingbetalers als rechtvaardiger wordt ervaren en die tegelijkertijd goed uitvoerbaar is, kiest het kabinet ervoor om beter aan te sluiten bij de in de voorafgaande jaren gemiddeld door belastingbetalers in de markt behaalde rendementen. Het kabinet wil dit bewerkstelligen door het forfaitaire rendement voortaan te baseren op de gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen (de vermogensmix) in combinatie met een in het verleden in de markt gerealiseerd rendement op beide componenten. Zowel het rendement op het spaardeel als op het beleggingsdeel wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de meest actueel beschikbare gegevens.

De gemiddelde vermogensmix is gebaseerd op de belastingaangiften en wordt elke vijf jaar geëvalueerd. Het kabinet handhaaft het vlakke tarief van 30 procent, ongeacht de vermogenstitel of de omvang van het vermogen. Het kabinet verhoogt het heffingsvrije vermogen met ingang van 2017 naar 25.000 euro per persoon. Het resultaat is dat de vermogens-rendementsheffing beter gaat aansluiten bij de rendementen die door belastingbetalers in voorafgaande jaren gemiddeld zijn behaald, maar kan afwijken van het individuele rendement. De vermogensrendementsheffing behoudt immers zijn forfaitaire karakter. Door de verhoging van het heffingsvrije vermogen neemt het aantal personen dat geen box 3-heffing is verschuldigd toe met 240.000 (150.000 huishoudens). De eenvoud voor de uitvoering blijft met dit voorstel behouden, maar het rechtvaardigheidsgevoel van box 3 wordt versterkt.

Box 1.3.3 Aanpassing box 3

  • Er komen drie vermogensschijven in box 3, namelijk 0 tot 100.000 euro, 100.000 tot 1 miljoen euro en vermogens boven 1 miljoen euro.
  • Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd naar 25.000 euro per persoon en geeft iedereen een gelijk voordeel.
  • Voor elke schijf wordt de gemiddelde verdeling van het vermogen over spaargeld en beleggingen bepaald.
  • Voor spaargeld en beleggingen wordt een meerjarig gemiddeld rendement vastgesteld. Voor sparen bedraagt dit in 2017 naar verwachting 1,63 procent. Het gemiddelde lange termijn rendement op beleggingen komt naar verwachting in 2017 uit op 5,50 procent.
  • In de voorgestelde systematiek zijn er geen vaste forfaitaire rendementen per schijf, maar kunnen jaarlijks wijzigen.
  • Het rendement per schijf wordt belast tegen een vlak tarief van 30 procent.