Aanpak schijnzelfstandigheid in het Coalitieakkoord
Het nieuwe kabinet-Jetten heeft in het Coalitieakkoord het voorgenomen beleid bekendgemaakt voor zelfstandigen. Het kabinet wil delen van de twee voorstellen die er nu zijn om schijnzelfstandigheid tegen te gaan (de Zelfstandigenwet en de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, Vbar) samenvoegen.
Uit de wet Vbar wil het kabinet het deel dat over het rechtsvermoeden gaat overbrengen naar een apart wetsvoorstel. Kortgezegd komt dit erop neer dat bij een uurtarief van € 36 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Voor het overige wordt voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Die wet beoordeelt de werkrelatie aan de hand van een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Bij de zelfstandigentoets wordt beoordeeld of de persoon die het werk uitvoert zich in het economisch verkeer als zelfstandige gedraagt. Daarbij wordt ook gekeken naar toereikende voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Bij de werkrelatietoets wordt beoordeeld of de opdrachtnemer de werkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren. Hierbij zijn van belang de wil van partijen, de vrijheid om de werkwijze en werktijden zelf te bepalen en of de opdrachtnemer een ondergeschikte positie heeft in de organisatie van de opdrachtgever. Kan de werkrelatie beide toetsen doorstaan, dan is er sprake van zelfstandig ondernemerschap.
Deels toch zachte handhaving bij schijnzelfstandigheid
De zogenoemde ‘zachte landing’ die de Belastingdienst hanteert bij de handhaving op schijnzelfstandigheid is op aandringen van de nieuwe Tweede Kamer toch deels verlengd. Daardoor blijft een bedrijfsbezoek het startpunt bij de handhaving. De Belastingdienst gaat daarbij eerst in gesprek met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Tijdens dit gesprek wordt de opdrachtgever er zo nodig op gewezen aandacht te hebben voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan er dan voor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten, waardoor de opdrachtgever dus als het ware eerst wordt gewaarschuwd en in de gelegenheid wordt gesteld om verbeteringen door te voeren. Komt er wel een boekenonderzoek? Dan kan de Belastingdienst kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of over een recent aangiftetijdvak.
Geen verzuimboete – wél vergrijpboete
Daarnaast worden er ook in 2026 geen verzuimboetes opgelegd in het kader van de handhaving op schijnzelfstandigheid. In 2026 kunnen er wél vergrijpboetes worden opgelegd aan opdrachtgevers en zelfstandigen in gevallen van opzet of grove schuld. Ook blijft het voor de Belastingdienst mogelijk om over de periode vanaf 1 januari 2025 naheffingsaanslagen op te leggen.
Let op
Goedgekeurde lopende modelovereenkomsten worden nog geëerbiedigd tot eind 2029. Dit betekent dat opdrachtgevers nog tot 2030 gevrijwaard zijn van naheffing van loonheffingen als ze daadwerkelijk werken volgens de goedgekeurde modelovereenkomst.
Hulp nodig?
Neem contact op met een Finovion-kantoor bij jou in de buurt voor hulp of om bijgepraat te worden over de gevolgen van bovenstaand Coalitieakkoord.
Terug naar nieuwsoverzicht