Eén jaar driedubbel voordeel in 2017

Het ziet ernaar uit dat uw onderneming in 2017 tijdelijk drie keer voordeel kan krijgen voor het in dienst nemen van één werknemer. Door de gefaseerde invoering van de maatregelen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) kunt u in dat jaar namelijk onder voorwaarden voor een werknemer uit de doelgroep van de banenafspraak aanspraak maken op drie voordelen: mobiliteitsbonus, loonkostensubsidie en lage-inkomensvoordeel (LIV). Als de werknemer onder de banenafspraak valt en niet in staat is om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen, krijgt uw onderneming voor hem niet alleen € 2.000,- premiekorting, maar ook loonkostensubsidie. Die dicht het gat tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon.

Het LIV is een nieuwe tegemoetkoming die uw onderneming vanaf 2017 ontvangt voor werknemers die maximaal 120% van het minimumloon verdienen. Het is aannemelijk dat dit het geval is bij een werknemer die onder de banenafspraak valt. Hoewel in de WTL is opgenomen dat u het LIV niet mag combineren met het nieuwe loonkostenvoordeel (LKV), worden de premiekortingen pas per 2018 vervangen door LKV’s. In 2017 kunt u dus één jaar driebubbel voordeel scoren.

Aandachtspunten Wet tegemoetkomingen loondodomein:

  • Per 1 januari 2017 wordt het lage-inkomensvoordeel (LIV) ingevoerd. Dit is een tegemoetkoming per uur die werkgevers krijgen voor werknemers die 100% tot en met 120% van het wettelijk minimumloon verdienen;
  • Het huidige premiekortingenstelsel wordt per 1 januari 2018 vervangen door loonkostenvoordelen (LKV’s);
  • De premievrijstelling voor marginale arbeid vervalt per 1 januari 2018.

Voor zowel het LIV als het LKV wordt gerekend met een tegemoetkoming per werknemer per uur. Voor het LIV geldt daarbij een extra voorwaarde. Uw onderneming krijgt namelijk alleen een LIV voor werknemers die in een kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren hebben. Hierbij is niet alleen het aantal overeengekomen uren van belang, maar ook uren die de werknemer ziek was, uren waarin hij recht had op betaald verlof en uren die de werknemer juist extra gewerkt heeft. Het gaat immers om de verloonde uren en niet om de gewerkte uren.

Het is niet voldoende als een werknemer die verschillende werkgevers heeft in totaal 1.248 verloonde uren heeft bij alle werkgevers bij elkaar. Uw onderneming heeft alleen recht op LIV als de werknemer bij uw organisatie 1.248 verloonde uren in een kalenderjaar heeft. Dat komt neer op gemiddeld 24 uur per week als hij het hele kalenderjaar in dienst is. Werkt een werknemer 36 uur per week, dan krijgt u dus ook LIV als hij niet het hele jaar in dienst is. Het kan voordelig zijn om het dienstverband van een werknemer te verlengen om alsnog het LIV te krijgen. Het is praktisch om vooraf te weten of u voor een werknemer LIV krijgt. Om dat te bepalen moet u zijn gemiddelde uurloon berekenen. Neem daarvoor het volledige loon van de werknemer, inclusief alle belaste looncomponenten zoals vakantiebijslag, een eindejaarbonus en overwerkvergoeding. Dit deelt u door het totaal aantal verloonde uren. U heeft dan het gemiddelde uurloon. Als dit overeenkomt met 100% tot en met 120% van het minimumloon op basis van een 38-urige werkweek heeft u recht op LIV