Pensioen en lijfrente

Derde oplossingsrichting pensioen in eigen beheer

Heeft u een pensioen in eigen beheer? Daarin komt verandering maar niet meer per 1 januari 2016, zoals de bedoeling was. De ‘definitieve oplossing’ voor de problemen rond het DGA-pensioen in eigen beheer, wordt op z’n vroegst in 2017 verwacht. Er is namelijk nog geen keuze gemaakt wat er met uw pensioen in eigen beheer moet gebeuren. Naast de twee oplossingsrichtingen die de staatssecretaris eerder dit jaar heeft aangedragen, is daar inmiddels een derde oplossingsrichting bijgekomen.

Gefaseerde afschaffing

Bij deze oplossingsrichting wordt het pensioen in eigen beheer gefaseerd afgeschaft. Een groot probleem dat zich in veel gevallen bij pensioen in eigen beheer voordoet, is dat de fiscale waarde van de pensioenverplichting veel lager is dan de commerciële waarde van die verplichting. Deze derde oplossingsrichting lost dit probleem op door het mogelijk te maken dat u bij beëindiging van het pensioen in eigen beheer geen belasting hoeft te betalen over het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale waarde van uw DGA-pensioen. Daarnaast kunt u de fiscale waarde van het pensioen fiscaalvriendelijk afkopen, waarbij 20% van de waarde onbelast blijft. U betaalt dan inkomstenbelasting over 80% van de fiscale waarde van uw pensioen. Voor de Kerst moet er nog een concretere invulling van deze oplossingsrichting komen. Daarna zal een keuze worden gemaakt met welke oprichtingsrichting de problematiek van het pensioen in eigen beheer te lijf wordt gegaan. Die oplossing zal volgend jaar in een wetsvoorstel worden vastgelegd met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2017.

Verlaag nog in 2015 uw ingegaan pensioen

Het is in eigenbeheersituaties mogelijk om een pensioenuitkering op de ingangsdatum eenmalig te verlagen. Dat is met name aan de orde als de dekkingsgraad binnen de BV 75% of lager is. Destijds is voor ingegane pensioenuitkeringen de mogelijkheid geboden om, onder dezelfde voorwaarden, over te gaan tot verlaging van de uitkering. Het moet dan gaan om een op 1 januari 2013 al ingegane uitkering en het verzoek kan alleen nog dit jaar worden gedaan. Een alternatief voor het verlagen van de uitkering in verband met onderdekking is het beroep op het niet geheel/ gedeeltelijk voor verwezenlijking vatbaar zijn van de aanspraken.

Verbetering bescherming pensioen zzp-er

Bent u zzp-er en moet u een beroep doen op de bijstand, dan moet u eerst uw pensioenpot aanspreken voordat u in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. Hierin komt verandering want er is een wetsvoorstel aangenomen die het pensioenvermogen van zzp-ers beter beschermd. Daarin staat dat u uw pensioenvermogen niet hoeft aan te spreken tot een bedrag van € 250.000 als u een beroep moet doen op de bijstand. Verder krijgen werknemers die zzp-er zijn geworden meer tijd – 9 in plaats van 3 maanden – om te beslissen of zij willen blijven deelnemen in het pensioenfonds van hun laatste dienstbetrekking.

Betaal uw lijfrentepremie in 2015

Heeft u een pensioentekort? U kunt hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De premie die u betaalt, is aftrekbaar van uw inkomen. Zorg er dan wel voor dat u de lijfrentepremie nog dit jaar betaalt. Terugwentelen van de later betaalde lijfrentepremie is niet meer mogelijk. In de aangifte inkomstenbelasting 2015 die u volgend jaar indient, kunt u dus alleen de in 2015 betaalde lijfrentepremie in aftrek brengen.

Afkoop woekerpolis minder zuur

Heeft u al dan niet noodgedwongen voor de afkoop van een woekerpolis gekozen. Houd er dan rekening mee dat u over de afkoopsom belasting en ook revisierente moet betalen. Dat pakt vaak onvoordelig uit. De afkoopwaarde van de polis kan op het afkoopmoment door beleggingsverliezen zelfs lager zijn dan de betaalde en afgetrokken premies of inleg. De afkoopwaarde van de polis moet in dat geval bepaalt minimaal worden gesteld op de afgetrokken premies. Hierover wordt vervolgens de belasting en de revisierente berekend. Dit is ongewenst nadelig vindt ook het kabinet. Daarom is goedgekeurd dat u nu al deze minimumwaarderingsegel buiten toepassing laat. Vanaf 1 januari 2016 wordt dit wettelijk geregeld.

Let op
U kunt de minimumwaarderingsregel ook nog buiten toepassing laten als de definitieve aanslag over het jaar waarin de afkoop plaatsvond, al onherroepelijk vaststaat. U dient daartoe een verzoek om ambtshalve vermindering in bij de Belastingdienst.

Nederlanders in Duitsland met bedrijfspensioen- of lijfrente-uitkering opgelet

Op 1 januari 2016 treedt het nieuwe belastingverdrag met Duitsland in werking. Dat heeft gevolgen voor u als u een bedrijfspensioenuitkering uit Nederland heeft of een Nederlandse lijfrente-uitkering of een socialezekerheidsuitkering. Nu worden deze uitkeringen laag belast in Duitsland, maar vanaf 1 januari 2016 heft Nederland als deze uitkeringen tezamen meer bedragen dan € 15.000. Dat geldt ook als u een in Nederland opgebouwd pensioen of lijfrente hebt ondergebracht bij een Duits pensioenfonds of een Duitse lijfrenteverzekeraar. De uitkerende instantie houdt vanaf 1 januari 2016 Nederlandse loonbelasting in op uw pensioen- of lijfrente- en/of socialezekerheidsuitkering. Vanaf 1 januari 2016 geldt voor bedrijfspensioenuitkeringen en lijfrente-uitkeringen onder voorwaarden wel gedurende 6 jaar een lager oplopend tarief van maximaal 10% in 2016 tot 30% in 2021.

Tip
De uitkerende instantie houdt bij de inhouding van loonbelasting geen rekening met dit tijdelijk lagere tarief. De te veel ingehouden loonbelasting kunt u terugvragen in Nederland door een aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Het is ook mogelijk om vanaf 2016 een voorlopige teruggaaf te vragen.

Doe een beroep op de overgangsregeling

Er is een overgangsregeling getroffen voor al ingegane pensioen- en lijfrente-uitkeringen. Deze uitkeringen vallen nog tot 1 januari 2017 onder het voordelige Duitse belastingregime. Deze regeling treedt niet automatisch in werking. U moet er een beroep op doen.

Let op
Heeft u gebruikgemaakt van de overgangsregeling in 2016, dan is uw bedrijfspensioenuitkering en/of uw lijfrente-uitkering vanaf 2017 nog 6 jaar laag belast in Nederland.

Let wel, een eventuele socialezekerheidsuitkering (AOW, WIA etc.) telt dus wel mee voor de toets aan de grens van
€ 15.000, maar valt zelf niet onder het lagere tarief. Dat geldt ook voor Nederlandse overheidspensioenuitkeringen, afkoopsommen van pensioenen of lijfrenten en andere inkomsten die u uit Nederland ontvangt.